Simulatiecentra bereiden soldaten voor op de bloederige kant van oorlog

door Jack Weible
Auteursrecht Army Times Publication Company

Het eerste (en tot dusver enige) medische simulatieprogramma van het Amerikaanse leger wordt aangepast zodat artsen en eerstehulpverleners op de juiste wijze kunnen leren reageren op oorlogsverwondingen.

Trainingscentra voor medische simulatie waren 2 1/2 jaar nog maar in de blauwdrukfase, maar nu zijn er 10 centra op het vasteland van de VS, naast locaties in Alaska, Duitsland, Koeweit, Afghanistan en Irak. In 2008 worden er nog drie gevestigd op Amerikaanse grond, waardoor het totaal op 18 komt.

"2 1/2 jaar geleden bestond dit programma niet", zei majoor Dave Thompson, assistent-productmanager voor trainingscentra voor medische simulatie bij het Program Executive Office for Simulation, Training & Instrumentation (PEO STRI) van het leger, dat toezicht houdt op de prestaties. De oorlogen in Irak en Afghanistan zorgden voor een toename van het aantal oorlogsverwondingen en daarom moest het leger een beslissing nemen.

"Ze konden het snel, goedkoop of goed doen", zei Thompson. De kwaliteit werd door het leger niet genegeerd, maar snelheid was belangrijker. In opdracht van het leger werkte PEO STRI hard om de 18 centra te realiseren. "Daarvoor moesten we gestandaardiseerde platforms opofferen", aldus Thompson, en als gevolg daarvan - hoewel de systemen essentiële training bieden - is niet elke locatie hetzelfde.

"Het nuttigste is de oorspronkelijke vereisten te achterhalen en gestandaardiseerde trainingsplatforms te bieden", zei hij.

De centra kosten ongeveer 1,7 miljoen dollar per stuk en zijn ontworpen voor het bieden van de legertraining voor geavanceerde medische vaardigheden voor legerartsen en de training voor combat life savers voor niet-medisch personeel. Elk centrum is ongeveer 18 bij 24 meter (445 vierkante meter) groot, is geschikt voor lessen en praktijkinstructies, en bevat vier elementen. Thompson beschrijft de trainingscentra voor medische simulatie als "een familie van systemen, met vier subsystemen en elk van deze subsystemen bevat componenten." Deze subsystemen zijn:

- Het Virtual Patient-systeem.
- Het Instruction Support System (ISS).
- Medical Training Command and Control (MT-C2).
- Het Medical Training Evaluation and Review-systeem (MeTER).

De vier systemen zijn geïntegreerd zodat het ene systeem van het andere afhankelijk is om te kunnen functioneren.

Het Virtual Patient-systeem biedt de trainingshulpmiddelen van een echte patiënt. Deze hulpmiddelen zijn de patiënt, poppen met luchtwegen en dood gewicht, trainers voor gedeeltelijke taken (bijvoorbeeld 'armen' en 'benen'), sets voor trauma's en moulage (make-upmaterialen voor het creëren van wonden), en andere bijbehorende benodigdheden. Artsen en combat life savers zullen bijvoorbeeld merken dat de poppen met dood gewicht ongeveer 80 kilo wegen plus zo'n 4,5 kilo gevechtsuitrusting.

De training vindt plaats in vier zogenaamde 'validatieruimten' die om de centrale MT-C2-ruimte heen liggen. In deze ruimte kunnen de operators de omgeving voor de soldaten manipuleren. Thompson vergeleek de controlekamer met een spelletje, waarbij de operator "de man achter de schermen is" die "de trainingsplatforms zowel van binnen als buiten kan regelen."

De MT-C2 simuleert de stressfactoren die de behandeling op het slagveld kunnen belemmeren, bijvoorbeeld de tussenkomst van vijandige en vriendelijke troepen, weinig licht, mist, oorlogsgeluiden en vuil. "Het is ook mogelijk nieuwe trainingsscenario's in te brengen", zei Thompson.

Deze bestaande en nieuwe scenario's worden in het Instructor Support System geïntegreerd, zodat de wijzigingen in zowel het proces als de gebruikte hulpmiddelen worden doorgevoerd.

Het ISS, dat vier klaslokalen van ongeveer 37 vierkante meter voor training binnenshuis en instructiesessies voor buiten bevat, is ontworpen voor het bieden van gebruikelijke instructieprogramma's door deskundige medisch instructeurs en de bijbehorende ondersteuning voor administratie, bevoorrading en technische zaken. Het is ook ontworpen voor virtuele training.

Training zonder controle is nutteloos en daar speelt MeTER een rol.

"Het is het meetvermogen. Als je binnenkomt kan ik je een test laten doen om te bepalen hoever je nu bent. Ik kan een training voor je vaststellen. Na de training kan ik je opnieuw een test laten doen en kan ik bepalen of de training je goed geeft gedaan en hoe groot je vooruitgang is", aldus Thompson. "En als dat nog nodig is, kan ik je op drie gebieden testen."

De eerste is technische medische kennis - "Eén plus één is twee", zei Thompson - en de tweede is het toepassen van kennis uit boeken op een echte patiënt. "Maar het belangrijkste is tactische kennis", zei hij. "Kun je deze beslissingen nemen in een tactische omgeving? Je kunt zoveel boekenkennis hebben als je maar wil, maar als je omhoog komt terwijl dat niet zou moeten en je wordt geraakt, dan is niemand daarmee geholpen. Je moet deze drie onderdelen kunnen combineren.

Met MeTER kunnen audio- en videogegevens realtime worden gecontroleerd en worden referentiepunten gekoppeld aan objectieve dataregistraties. Zo wordt volledig gecontroleerd hoe groot het vermogen van de cursist is om de geleerde medische vaardigheden toe te passen.

LEVENSLOOPBENADERING

Thompson zei dat PEO STRI een "levensloopbenadering hanteert" ten opzichte van de trainingscentra voor medische simulatie. "We zijn niet alleen geïnteresseerd in widgets op de grond; we zijn geïnteresseerd in het systeem en de levensloop van dat systeem." Dat wil zeggen dat er niet alleen een initiële training geboden moet worden in de centra, maar dat die training ook aangevuld moet worden in de loop van de carrière van een soldaat.

Overal waar de trainingscentra voor medische simulatie geïntroduceerd zijn, zijn ze positief ontvangen, zei Thompson - "De commandant van Fort Drum (New York) heeft bepaald dat het trainingscentrum voor medische simulatie dé instelling is voor medische training voor de 10th Mountain Division" - maar nu moet er bepaald worden hoeveel meer centra er nodig zijn. Functionarissen van Training and Doctrine Command (TRADOC) hebben aangegeven dat, uiteindelijk, elke soldaat die de basistraining heeft voltooid, een certificaat voor combat life saving moet hebben, zei Thompson, maar dat is een veel grotere belasting dan de bestaande trainingscentra voor medische simulatie aankunnen.

De standaardtraining in het trainingscentrum voor medische simulatie is vier dagen voor legerartsen en vijf dagen voor eerstehulpverleners. Programmafunctionarissen gebruiken het MeTER-systeem om een benadering voor het aanpassen van de trainingservaring te bekijken.

"We kunnen dan een serie trainingen geven. Als we ontdekken dat je bepaalde vaardigheden niet bezit, moeten we die op dat moment identificeren en je dat specifieke deel van de training nogmaals laten doorlopen in plaats van dat we verder met je gaan omdat we de hele groep moeten laten slagen", volgens Thompson. En hoewel het overkoepelende doel is de training te standaardiseren, wordt de leerervaring voor elke soldaat op maat gemaakt.

Een ander veelbelovend aspect van de trainingscentra voor medische simulatie is de capaciteit voor interdepartementale en gezamenlijke trainingen en coalitietrainingen. "Bij Fort Lewis (Washington) trainen ze personeel van de Environmental Protection Agency, als ze daar tijd voor hebben. Bij Fort Riley (Kansas) trainen ze algemene eerstehulpverleners", zei hij. En de Saudi-Arabische nationale garde heeft ook interesse getoond in training in een centrum.

Externe groepen betalen voor het gebruik van de trainingscentra voor medische simulatie, waardoor de centra zichzelf kunnen onderhouden. Volgens Thompson liggen in de toekomst grotere dingen in het verschiet.

"Wat als we interdepartementaal trainen in medische simulatie? Als we dan op de volgende ramp reageren, hebben we al getraind met andere afdelingen, zoals het ministerie van Binnenlandse Veiligheid", zei hij. "Wij weten dan hoe zij werken en zij weten hoe wij werken. Het gaat niet zozeer om het strategische niveau als wel om het gebruikersniveau."

Nu bepalen PEO STRI en legerfunctionarissen als TRADOC wat de behoefte van het leger is voor de trainingscentra voor medische simulatie, met name als de simulatietraining verder gaat dan het initiële doel van artsen en eerstehulpverleners.

"We weten dat de oorspronkelijke centra niet voldoen aan de trainingsvereisten van het leger", zei Thompson.